-

Deze website maakt gebruik van cookies. Door Aviationinfo.nl te bezoeken, gaat u akkoord met het tijdelijk opslaan van deze gegevens.

I understand
Log in

Login to your account

Username *
Password *
Remember Me

Air Traffic Control

Air Traffic Control betekent in het Nederlands kortweg luchtverkeersleiding. ATC beheert het luchtruim en begeleidt vliegtuigen van het begin- naar het eindpunt. Onderweg krijgen zij te maken met tientallen verschillende luchtverkeersleiders. Alleen al tijdens het taxiën en het opstijgen, praten de vliegers met ongeveer vier á vijf verschillende verkeersleiders. Alle vliegtuigen en helikopters moeten zich melden wanneer een gebied wordt binnengevlogen. Verkeersvliegtuigen melden zich met een roepnaam (ook wel bekend als Callsign) gevolgd door het vluchtnummer. Bijvoorbeeld: KL1234, MP456, HV1023 etc. Militaire vliegtuigen hebben ook callsigns, maar hier gaan we niet verder op in.

Een vliegtuig wordt waargenomen door de radar, die zich op de grond bevindt. Het bereik van de radar hangt af van het gebied dat wordt beheerd. Een gebied dat alleen de luchthaven controleert, heeft een veel kleiner bereik dan een gebied dat alle vliegtuigen boven de 3 kilometer moet afhandelen. Een luchtverkeersleider ziet een vliegtuig in principe als één stipje. Omdat vliegtuigen een transponder dragen waarin alle belangrijke vluchtinformatie wordt opgeslagen en uitgezonden, ziet de luchtverkeersleider automatisch het vluchtnummer, het type, de hoogte, de snelheid en de richting van het betreffende toestel. Hierdoor is het luchtruim aanzienlijk veiliger geworden. Twee vliegtuigen die op elkaar af vliegen hoeft niet per se gevaarlijk te zijn; zolang er maar genoeg hoogteverschil is. Dit is één van de voorbeelden waarop het systeem automatisch controleert. Mochten de machines toch te dicht op elkaar zitten, dan gaat er een waarschuwingssignaal af. De luchtverkeersleider dient dan direct actie te ondernemen.

Er zijn drie gebieden van de luchtverkeersleiding. Allen zijn verwerkt in de afbeelding hieronder.

Terminal Control

wordt ook wel Tower Control genoemd omdat de piloten met luchtverkeersleiders krijgen te maken die zich in de verkeerstoren bevinden. Zij handelen de vliegtuigen af die zich op maximaal 2 kilometer hoogte bevinden en binnen 50 kilometer van het vliegveld zijn. Zodra het vliegtuig is geland, wordt zij (op grote vliegvelden) overgedragen aan de Ground Control.

Approach Control

wordt ook wel naderingsverkeersleiding genoemd. Deze vorm van verkeersleiding is verantwoordelijk voor het aanvliegen naar het vliegveld. Deze vorm van verkeersleiding zet de vliegtuigen tijdens drukte in een zogenaamde "hold". Hierdoor blijven vliegtuigen als het ware rondjes vliegen en gaan zij steeds lager.

Area Control

Deze soort luchtverkeersleiding controleert, begeleid en indien nodig, corrigeert alle vliegtuigen vanaf een hoogte van 3 kilometer. Deze luchtverkeersleiders gebruiken alleen de radar en zien de vliegtuigen alleen op het scherm. Zij begeleiden de machines van grens naar grens. Toestellen die aan de daling beginnen, worden op een gegeven moment overgedragen aan de Approach Control. Area Control wordt in Nederland geregeld door LVNL (Luchtverkeersleiding Nederland) die vanaf Schiphol-Oost alle vliegtuigen begeleidt. Daarnaast begeleidt ook Eurocontrol de vliegtuigen, zij heeft haar kantoor in Nieuw Milligen staan. De militaire luchtvaart wordt gecoördineerd vanaf de Veluwe.

©2017 Aviationinfo.nl | Disclaimer | privacy